Op het eerste gezicht lijkt alles eenvoudig: een raster, een paar lijnen, en het antwoord lijkt voor de hand te liggen. Toch trappen we vaak in een valkuil. Waarom? Omdat onze hersenen graag beelden vereenvoudigen en verborgen details missen. Daardoor stoppen we te snel, in de overtuiging dat we alles al gezien hebben. Wat als de sleutel was om te vertragen, vanuit een ander perspectief te observeren en de logica de overhand te laten nemen?
Waarom houden deze netten ons tegen?
Foto
Een probleem is als een puzzelspel : je raakt enthousiast en ontdekt dan dat het vele niveaus heeft. Een 3×3-raster bestaat bijvoorbeeld niet alleen uit kleine, opvallende vierkanten. Het bevat ook discrete combinaties: middelgrote vierkanten bestaande uit 2×2-vierkanten, en een groot vierkant dat het geheel omvat. Als je niet aan deze groepen denkt, mis je de helft van het verhaal. Het goede nieuws is: er is een simpele manier om alles te tellen zonder iets weg te laten.
Stapsgewijze methode voor het tellen van vierkanten
Begin met de meest voor de hand liggende: vierkanten ter grootte van één cel. In een 3×3-raster zijn er 9 (één per cel). Zoek vervolgens 2×2-vierkanten van gemiddelde grootte. Hoeveel passen er in? Stel je voor dat je een 2×2-vierkant op het raster sleept: het zou in de linkerbovenhoek, middenboven, linksmidden, enzovoort kunnen beginnen. Er zijn er in totaal 4. Voeg ten slotte een enorm vierkant toe dat het hele raster beslaat: 1. Dus we krijgen 9 + 4 + 1 = 14. En voilà! Geen vergrootglas nodig, alleen een kleine observatie.
Als je wilt doorgaan, klik op de knop onder de advertentie ⤵️